Deelnemers Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap
De afgelopen maanden hebben wij ons vol enthousiasme gewijd aan het LAPP-Top programma van VIET (Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschappen). Bij natuurkunde en wiskunde is het duidelijk waar het over gaat, maar wat houdt VIET nu precies in? Waar zijn wij mee bezig geweest?
Iedereen weet dat het Nederlands op het Duits lijkt, zoals ook het Spaans op het Italiaans lijkt. Het Engelse “beef” lijkt verdacht veel op het Franse “boeuf” en het Engelse “water” is toevallig precies hetzelfde als ons Nederlandse “water”. Nou ja… niet helemaal toevallig. Al deze talen zijn namelijk ontstaan uit één andere taal: het Proto-Indo-Europees (PIE). Van die taal hebben we geen enkele geschreven vorm over. Met behulp van alle talen die uit het PIE ontstaan zijn, kunnen we tóch grote gedeelten van het PIE reconstrueren. Dat is waar wij tijdens het LAPP-Top programma mee bezig zijn geweest.
Om iets te kunnen begrijpen van de reconstructies, hadden we natuurlijk een hoop achtergrondinformatie nodig. Zo hebben we het in de colleges gehad over verschillende schriftsoorten, zoals het Luwisch (waar ook wij nog nooit van gehoord hadden) , het Sanskriet, de invloed van klank op taal, de invloed van taal op de samenleving, enzovoort. Ook zijn klankwetten ter sprake gekomen, die altijd gelden. En die ‘altijd’ is minstens zo stellig als de ‘altijd’ bij de natuurwetten. Klankwetten ontstaan meestal door de luiheid van onze mond; men wil eigenlijk het liefst zo weinig mogelijk met zijn mond en tong hoeven te bewegen om een woord uit te spreken. Als de ene letter achter in je mond uitgesproken wordt en de andere voorin, heeft je mond de neiging alvast naar de volgende letter te vormen, hierdoor krijg je soms verandering van klanken. Dit werd inzichtelijker door de zogenaamde klinkerdriehoek te tekenen: een schematische weergave van de mond met daarin aangegeven waar je welke klinker uitspreekt. Voor consonanten is ook een systeem bedacht, waarmee je elke medeklinker kunt beschrijven naar de plaats waar deze uitgesproken wordt en de manier waarom je de lucht langs die plaats laat lopen.
Klinkerdriehoek
De klankwetten vertellen ons bijvoorbeeld dat de verleden tijd van zijn (was-waren) heel regelmatig is en dat de verleden tijd van kiezen ook koos-koren had moeten zijn. Waarom dat niet zo is? Omdat wij mensen dat een beetje gek vonden klinken en onze taal daarom zélf extra veranderd hebben. Die analogie speelt nog veel vaker een rol in talen. Om echt iets te weten te komen over de taal vóór de talen die wij kennen, is het dan ook veel nuttiger om naar de onregelmatige vormen te kijken dan naar de regelmatige vormen.
Er zijn meer redenen voor ons om onze taal te veranderen dan alleen analogie. Als de hoogste sociale klasse een andere taal spreekt dan het ‘gewone’ volk, dan zal het gewone volk een deel van de taal van de hoogste klasse overnemen. Dat ‘erbij’ willen horen, is ook nu nog iets wat onze taal verandert, hoewel we het zelf nauwelijks door hebben. Ook is handel een belangrijke oorzaak van taalverandering. Het is immers handig om elkaar te kunnen begrijpen als je in de internationale handel iets wil betekenen. Die taalveranderingen en overnames zijn onder andere te zien aan een verschijnsel dat we allemaal kennen: leenwoorden. De computer, het bureau, überhaupt, het zijn allemaal voorbeelden van woorden die we “geleend” hebben van andere talen (respectievelijk Engels, Frans en Duits). Toch zijn deze woorden die nu volledig ingeburgerd zijn in het Nederlands: onze taal is veranderd.
We hebben het ook gehad over de invloed van taal op ons denken. Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat taal je denken beïnvloedt. Immers, wij bedenken toch wat we zeggen? Ons denken beïnvloedt toch juist de taal? Natuurlijk, maar het gebeurt ook andersom. Een prachtig voorbeeldje van een van onze docenten (prof. Lubotsky) was een Russisch grapje. Ten tijde van de koude oorlog bezocht de Amerikaanse president Kennedy de Russische president Chroesjtsjov. Ze renden een wedstrijdje tegen elkaar. Natuurlijk verloor de oude, dikke Chroesjtsjov van de jonge, sterke Kennedy. Het artikeltje in een Russische krant de dag erna maakt duidelijk hoe taal wel degelijk ons denken kan beïnvloeden: “Onze geweldige president Chroesjtsjov heeft in een sprintwedstrijd onder zware omstandigheden een knappe tweede plaats behaald.” Zo ging de krant een tijdje door met het ophemelen van Chroesjtsjov. In laatste regel werd Kennedy dan toch nog genoemd: “President Kennedy werd voorlaatste.” Al met al denken wij dat we namens de hele groep spreken als we zeggen dat we bij het LAPP-Top van VIET een ontzettend leuke, gezellige en leerzame tijd heb gehad. Bedankt allemaal!