Rechtsgeleerdheid 2016

In acht colleges zullen de moeilijke spanningsvelden waarbinnen het strafrecht en de strafrechtspleging dient te opereren worden besproken aan de hand van verschillende thema’s waar het strafrecht en mensenrechten en vrijheden elkaar ‘raken’.

Strafrecht en mensenrechten

Er gaat geen dag voorbij zonder dat in de media een strafrechtelijke aangelegenheid in de schijnwerpers staat. Of het nu gaat om moordzaken, ‘mega-zaken’ in verband met georganiseerde criminaliteit, kritiek op hardhandig politieoptreden bij grote evenementen of juist op de effectiviteit en daadkracht van de criminaliteitsbestrijding, de strafrechtspleging staat altijd onder grote belangstelling. Het strafrecht en de strafrechtspleging vertegenwoordigen daarom niet alleen een belangrijk politiek thema, maar staan ook voortdurend onder spanning, mede vanwege de relatie met een ander terrein van het recht, namelijk het zogeheten mensenrechtenrecht. Enerzijds moeten degene die verantwoordelijk zijn voor het strafrecht en de toepassing daarvan in de praktijk - de wetgever, de rechter en de uitvoerende strafvorderlijke autoriteiten - zorg dragen voor een effectieve criminaliteitsbestrijding. De maatschappelijke roep om een steeds hardere repressie van criminaliteit is de laatste jaren goed te horen. Dat brengt veel spanning voor het straf- en strafprocesrecht met zich mee, omdat het strafrecht te alle tijde dient te voldoen aan rechtsstatelijke voorwaarden en dient de toepassing ervan steeds in overeenstemming te zijn met mensenrechten en vrijheden. Met name dat laatste kan onbegrip opleveren in de samenleving. Hoe kan het dat verdachten in strafzaken ‘vrijkomen’ op technische gronden, als de kans bestaat dat zij ernstige strafbare feiten hebben gepleegd? Wat voor belangenafwegingen worden in dat verband gemaakt? Hoe kan het - andersom - dat soms mensen blijken te zijn veroordeeld voor strafbare feiten die ze niet hebben gepleegd? Wat betekent dat in een rechtsstaat? Welke rechten hebben verdachten in strafzaken nu eigenlijk? Welke mensenrechten hebben slachtoffers in het strafproces? Hoe wordt bepaald wat strafbaar gedrag oplevert, welke grenzen stellen mensenrechten en vrijheden aan de bevoegdheid van de Staat om gedragingen van burgers via het strafrecht te beperken? In acht colleges zullen de moeilijke spanningsvelden waarbinnen het strafrecht en de strafrechtspleging dient te opereren worden besproken aan de hand van verschillende thema’s waar het strafrecht en mensenrechten en vrijheden elkaar ‘raken’.

Tijdens de verschillende weken van het onderwijs wordt, na een inleidende college over het nationale straf- en strafprocesrecht verschillende thema’s onder de noemer van ‘raakvlakken tussen het straf- en strafprocesrecht en mensenrechten’ worden belicht aan de hand van uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), toezichthouder voor de mensenrechten in Europa. Daarbij zal steeds mede worden besproken aan welke problematiek deze vorm van rechtspraak - te weten ‘supranationale’- onderhevig is. Het EHRM is namelijk een gerecht dat belast is met rechtspreken voor de 47 lidstaten van de Raad van Europa. Dat wil zeggen dat 800 miljoen burgers in principe een klacht kunnen indienen bij het EHRM, over een handelen of nalaten van een van die lidstaten. Dat brengt niet alleen een zeer grote werklast voor het Hof met zich mee, maar ook een zeer grote verantwoordelijkheid. Niet alleen is het Hof in de loop der tijd de primaire autoriteit op het terrein van mensenrechten geworden - hetgeen met zich meebrengt dat het erg belangrijk is dat het Hof de kwaliteit van de eigen rechtspraak goed bewaakt – maar ziet het EHRM zich ook gesteld voor de zeer moeilijke taak om tot algemene rechtsregels te komen voor 47 lidstaten, met 47 verschillende rechtsstelsels. Die verschillen kunnen soms substantieel zijn, hetgeen vragen kan oproepen over de mate waarin het Hof lidstaten soms afstand moet nemen en lidstaten in staat moet stellen tot een eigen beleid te voeren. Die vraag komt dan weer neer op een fundamentele kwestie: dienen mensenrechten universeel te zijn, of is er ruimte voor diversiteit? 


Globale indeling van de colleges

De colleges vinden plaats op woensdagmiddag van 15.00 tot 17.00 uur op de volgende data: 27 januari, 3, 10, 17 februari en 2, 9, 16 maart.
Elke week wordt een bepaalde zaak die in het verleden aan het EHRM is voorgelegd besproken en zullen de deelnemers tot een eigen ‘uitspraak’ komen. Het tweede of derde college is een excursie naar een rechtbank waar wij verschillende politierechterzittingen zullen bijwonen en aldus de strafrechtspleging alsmede de tijdens het onderwijs besproken problematiek in actie zullen zien!

De colleges vinden plaats in het Kamerlingh Onnes Gebouw (KOG), zaal A051. Het college op 16 maart vindt plaats in de Sterrewacht, zaal C104.


SLU's, motivatiebrief, toelating

Studielasturen (slu’s)
Wanneer je deelneemt aan het achtweekse programma in Leiden bedraagt de eventueel door je school te erkennen studielast 50 uur (16 uur college en 32 uur voorbereiding). Dit is meer dan bij de andere programma’s, wees je daarvan bewust als je je aanmeldt. Als je je profielwerkstuk bij het programma laat aansluiten, komen daar nog eens 80 uur bij.  

Motivatiebrief
Schrijf een brief van tussen de 300 en de 500 woorden, waarin je vertelt wie je bent en waarom je aan dit programma wilt meedoen. Je moet wel echt enthousiast zijn, want het programma is behoorlijk zwaar. Er moet vrij veel niet bepaald eenvoudige rechtspraak worden gelezen, in het Engels!  

Toelating
Aan het programma kunnen maximaal 30 mensen deelnemen.

Aanmelden

De deadline voor het aanmelden voor LAPP-Top 2016 is inmiddels verstreken.

Contactpersoon

Mw. Mr.dr. F.P. Olcer

Laatst Gewijzigd: 17-12-2015