Onderzoek tijdens de Kerstvakantie

Onderzoek doen in Blok IV is voor veel van de PRE-studenten een hoogtepunt in het programma. Sommigen van hen zijn zo enthousiast dat ze het onderzoek nog een stukje uitbreiden, zelfs als dat tot hun teleurstelling niet meer binnen het curriculum van het PRE kan

Ward van Es en Maja Bosch deden hun Blok IV onderzoek bij het Centre for Human Drug Research (CHDR) en breidden dat onderzoek in de Kerstvakantie nog uit met een studie naar de effecten van cafeïne: “We hebben in Blok IV gekeken naar de werking van methylfenidaat, de werkzame stof in Ritalin en Concerta. Deze medicijnen worden vaak voorgeschreven aan kinderen met ADHD. We hebben een klein mediaonderzoek gedaan en een enquête afgenomen met als hoofdvraag ‘Is ADHD een hype?’. Verder hebben we ons verdiept in het ziektebeeld van een kind met ADHD en een labonderzoek gedaan naar de invloed van methylfenidaat op de pH van speeksel.  

Nadat we hadden aangegeven dat we graag wat meer praktische dingen wilden doen en wat minder wetenschappelijke artikelen wilden lezen, werd voorgesteld om een studie naar cafeïne te doen. Cafeïne is net als methylfenidaat een “neurostimulans” en zo was de kennis die we al hadden opgedaan niet voor niets. De cafeïnestudie ging over de werking van cafeïne bij adolescenten, mensen van onze leeftijd dus. In de kerstvakantie kwamen er per dag vier proefpersonen op het CHDR. Deze moesten de hele dag (wel steeds minder frequent) computertestjes doen, hun bloeddruk en hartslag werden gemeten en er werd speeksel afgenomen. Alle proefpersonen kwamen twee dagen. De ene keer kregen ze cafeïne toegediend (in de vorm van een dubbele espresso) of een placebo (in de vorm van een dubbele cafeïnevrije espresso). We hopen na het verwerken van de resultaten een mooi grafiekje te kunnen produceren, waaruit blijkt dat wanneer de concentratie cafeïne in je lichaam het hoogste is, je resultaten ook het beste zijn.”


Onderzoeksspirit

Ook begeleider Lenneke Schrier was heel enthousiast: “Ik was, samen met Ward en Maja, projectleider van het onderzoek,. Dit houdt in dat ik samen met de andere projectleden het protocol heb geschreven en verantwoordelijk ben voor de coördinatie van de uitvoering van het onderzoek en analyse van de gegevens. Ook was ik als arts aanwezig tijdens de onderzoeksdagen i.v.m. de medische veiligheid tijdens het verblijf van de jongeren op het CHDR. Ward en Maja waren tijdens hun stage bij het CHDR enthousiast, nieuwsgierig en accuraat; doorzetters met een echte onderzoeksspirit! Ze hebben zich heel proactief opgesteld en wilden graag zelf actief bezig zijn. Dit onderzoek was hiervan het resultaat.  Ook tijdens het onderzoek was hun bijdrage essentieel, bijvoorbeeld bij het werven van de  potentiële deelnemers. Dat hebben ze heel goed gedaan: de deelnemers waren gemotiveerd, doorliepen het onderzoek zoals gepland was en zo verliep het onderzoek op rolletjes.”  

En wat zijn nu de hoogte- en dieptepunten van zo’n onderzoek? Ward en Maja: “Het was erg leuk om een keer te zien hoe zo’n onderzoek wordt opgezet. Je moet aan zo veel dingen denken en alles moet aan heel veel richtlijnen voldoen voordat een onderzoek wordt goedgekeurd door de CCMO (Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek). We hebben geluk gehad met onze begeleiders, die hebben heel erg veel werk verricht om dit onderzoek te doen plaatsvinden en zij hebben ons met alles geholpen. Het was minder dat we aan enorm veel kleine regeltjes moesten voldoen, wat onnodig veel extra werk kostte. En het is ook jammer dat ons vervolgonderzoek niet mee mag tellen voor PRE.”  

Voor het CHDR is het begeleiden van PRE-studenten ook een interessante ervaring. Lenneke Schrier: “Het CHDR geeft onderwijs op het gebied van klinische farmacologie en geneesmiddelen. Dit onderwijs wordt niet alleen gegeven aan universitaire studenten, maar ook aan scholieren; jaarlijks ontvangt het CHDR twee PRE-scholieren voor een onderzoeksstage. Doorgaans zijn dit gemotiveerde scholieren die ons door hun frisse, kritische blik verrassen. Dit maakt het heel leuk om met hen te werken. Tegen andere potentiële begeleiders zou ik zeggen: doen!”


 
Laatst Gewijzigd: 22-01-2010