Blok V
In blok V ga je aan de slag met vragen over de relevantie van onderzoek. Je werkt vanuit twee concrete invalshoeken: publiceren en communiceren. Daarbij krijg je te maken met verschillende doelgroepen waaraan je de relevantie van het onderzoek duidelijk moet zien te maken.
- Wetenschappelijk publiceren en wetenschapscommunicatie
- Opdracht 1: Publiceren
- Opdracht 2: Communiceren
- Beoordeling
Wetenschappelijk publiceren en wetenschapscommunicatie
Wetenschappelijk onderzoek speelt zich niet af in een sociaal vacuüm. Je hebt als onderzoeker altijd te maken met een sociale context van samenwerking en concurrentie, uitwisseling van ideeën (congressen, publicaties, informeel overleg), schaarse middelen (tijd, geld, faciliteiten), controle en verantwoording van je resultaten. In die context word je als wetenschapper voortdurend uitgedaagd om de relevantie van je onderzoek duidelijk te maken aan anderen: aan vakgenoten, directeuren en geldverstrekkers, aan politici en aan een breder publiek. Waarom is het van belang dat voor jouw onderzoek geld, tijd en onderzoeksfaciliteiten beschikbaar worden gesteld? Waarom, voor wie en in welk opzicht maakt dit onderzoek een verschil?
De relevantie van je onderzoek aantonen is geen gemakkelijke opgave. Zelf ben je natuurlijk al 100% overtuigd van het belang ervan. Dat kan soms een handicap zijn. Je wil het liefste meteen beginnen met het ‘echte’ werk; als je het zo bekijkt zijn vragen over de legitimatie van het onderzoek een bijzaak die alleen maar afleidt. Door je sterke focus op de inhoud van het onderzoek loop je ook kans om de context uit het oog te verliezen. Hoe verhoudt jouw onderzoek zich precies tot gevestigde theorieën en alom geaccepteerde begrippen, methoden en denkwijzen? Sluit het er voldoende bij aan om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren, haal je niet teveel ineens overhoop? Voegt het anderzijds iets waardevols toe? En waarin bestaat dan precies die waarde? Hoe sluit jouw werk aan bij lopend onderzoek van anderen?
Aantonen dat je onderzoek relevant is begint vaak al voordat het überhaupt van start is gegaan, nl. bij het opstellen van een onderzoeksplan waarmee subsidie wordt aangevraagd. Een cruciaal onderdeel van zo’n plan is de motivatie van het onderzoek. Wie is er gebaat bij je onderzoek? Wie zit erop te wachten? Welke bijdrage denk je te kunnen leveren aan de wetenschap, aan het maatschappelijk debat en het algemeen welzijn, aan technologie, aan economie of anderszins?
Ook als het onderzoek eenmaal is uitgevoerd blijft de vraag naar de relevantie voortdurend van belang. De verslaglegging van je resultaten wordt onderworpen aan zogeheten peer review. Deskundige vakgenoten beoordelen je onderzoek niet alleen op de kundigheid waarmee het is uitgevoerd, maar ook op het belang ervan. Levert het inzichten op die de moeite waard zijn om verder te verspreiden? Vergroot het ons begrip van bepaalde problemen of verschijnselen? Concreet gesproken gaat het dan om de vraag: gaan we dit publiceren of niet? Als onderzoeker anticipeer je natuurlijk op dit soort van toetsing door zelf de relevantie van je onderzoek zo goed mogelijk in kaart te brengen.
Onderzoek wordt niet alleen gepresenteerd op congressen en gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Het vindt ook zijn weg in het onderwijs, waar het wordt verwerkt in colleges, syllabi en handboeken voor nieuwe generaties wetenschappers in spe. Dat is weer een heel ander soort doelgroep die je moet zien aan te spreken; opnieuw moet je duidelijk zien te maken wat de relevantie van je onderzoek is.
Veel wetenschappers gaan nog een stap en zoeken een breder publiek. Ze geven lezingen, schrijven krantenartikelen, leveren bijdragen aan websites, schrijven populair-wetenschappelijke boeken of werken mee aan TV-programma’s. Afhankelijk van het type onderzoek zoeken ze misschien contact met zogeheten ‘maatschappelijke partners’. Dat zijn partijen in het bedrijfsleven, bij overheden of bij maatschappelijke organisaties voor wie het onderzoek van belang kan zijn, bijv. omdat het inzichten, technieken of gegevens oplevert die economische waarde hebben of die kunnen worden gebruikt in beleidsvorming. Dit heet valorisatie van wetenschappelijk onderzoek.
Opdracht 1: Publiceren
Een wetenschapper dient zijn artikel in bij een tijdschrift of voor een conferentie. De leden van de redactie van het tijdschrift of de organisatoren van de conferentie bespreken de ingediende artikelen. Vaak winnen ze advies in van een klankbordgroep (‘Board of Reviewers’), wetenschappers die werkzaam zijn in hetzelfde vakgebied die al eerder hebben gepubliceerd over het onderwerp van je artikel. Bij deze peer review wordt de kwaliteit van je onderzoek beoordeeld om te bepalen of je artikel geschikt is voor publicatie.
Allerlei vragen passeren de revu. Is het onderzoek kundig uitgevoerd? Is de opzet duidelijk, is de werkwijze geschikt, is de verslaglegging helder? Voegt het onderzoek iets nieuws toe aan wat we al wisten? Levert het inzichten op die de moeite waard zijn om verder te verspreiden? Vergroot het ons begrip van bepaalde problemen of verschijnselen? Zijn er raakvlakken met onderzoek van anderen? Is het onderzoek van belang voor de lezers van ons blad?
Voor de eerste opdracht word je ingedeeld bij een wetenschappelijk tijdschrift (‘Journal’). Je gaat je als editor of als peer reviewer buigen over de vraag welke onderzoeksverslagen in aanmerking komen voor publicatie. Je beoordeelt ze op betrouwbaarheid, relevantie en overtuigingskracht. Welke vragen je als peer reviewer moet stellen verschilt per discipline. In blok I heeft Jan Kijne al uitgelegd welke vragen gesteld kunnen worden bij een natuurwetenschappelijk artikel. Kijk op Blackboard voor meer informatie over dit onderwerp. Het college van James McAllister gaat in op de vragen die aan de orde komen bij de beoordeling van onderzoek in de geesteswetenschappen.
PRE-Journals
PRE telt tien Journals voor specifieke vakgebieden. Elke Journal heeft een Board of Editors (3 editors) en een Board of Reviewers (6-8 reviewers). Bij de eerste bijeenkomst in blok V op 9 januari 2012 hoor je bij welke Journal je bent ingedeeld. Je overlegt dan meteen met je nieuwe collega’s over de rolverdeling binnen de groep: wie neemt zitting in de Board of Editors, wie gaat er in de Board of Reviewers? De rolverdeling geef je meteen door aan de onderwijscoördinator.
Als de editors eenmaal bekend zijn, moet er zo spoedig mogelijk worden vergaderd over de taakverdeling en de planning van de werkzaamheden. De Board of Editors bestaat uit een hoofdredacteur, een secretaris en een notulist. De hoofdredacteur leidt de vergaderingen, de secretaris verzorgt de correspondentie met de Board of Reviewers, de notulist zorgt voor de verslaglegging van de vergaderingen.
De Board of Editors kiest zelf een geschikte titel voor de Journal. De editors verdelen de binnengekomen artikelen (ieder PRE-duo zorgt voor een PDF-file van zijn onderzoek) over de reviewers, vergaderen over de rapporten van de reviewers, en nemen een besluit over de publicatie. Per Journal kunnen max. 2 artikelen worden gepubliceerd. Van de vergaderingen wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Bovendien schrijven de editors samen een voorwoord (‘Editorial’) bij de Journal.
Uiterlijk op vrijdag 10 februari 2012 moet het hele proces zijn afgerond. De editors zorgen ervoor dat alle stukken op die dag worden ingeleverd bij de PRE-organisatie (pre@iclon.leidenuniv.nl) : de review reports, de vergaderverslagen en de Journal zelf (titel, Editorial en geselecteerde artikelen). Op de bijeenkomst van 13 februari geven de editors een korte presentatie van hun Journal.
Elk lid van de Board of Reviewers krijgt minimaal twee verslagen te lezen, en elk verslag wordt door minimaal drie reviewers beoordeeld. Als reviewer schrijf je een beargumenteerd en kritisch beoordelingsrapport over elk verslag dat aan je wordt voorgelegd (ca. 200-300 woorden per verslag). Je rapport mondt uit in een advies aan de redactie: Accept, Reject, of Accept with Reservations. Van de editors heb je te horen gekregen wanneer, bij wie en in welke vorm je de rapporten uiterlijk moet indienen. De PRE-organisatie bepaalt aan welke Journal jouw onderzoeksverslag ter publicatie wordt aangeboden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je als editor of reviewer je eigen onderzoeksverslag moet gaan beoordelen. Bij de indeling wordt hiermee rekening gehouden.
|
Journal |
Aantal verslagen | |
| Medische wetenschappen | 4 | |
| Medische wetenschappen | 5 | |
| Medische wetenschappen | 5 | |
| Sociale wetenschappen en Rechten | 5 | |
| Sociale wetenschappen en Rechten | 5 | |
| Geesteswetenschappen | 4 | |
| Geesteswetenschappen | 4 | |
| Natuurwetenschappen | 5 | |
| Natuurwetenschappen | 5 | |
| Natuurwetenschappen | 4 |
Opdracht 2: Communiceren
Wetenschapscommunicatie is behoorlijk lastig. Hoe maak je aan niet-vakgenoten duidelijk wat beeldgerichte chirurgie is? Hoe een vergelijking tot de vijfde graad opgelost kan worden? Hoe maak je onderzoek aanschouwelijk? Welke voorkennis mag je bekend veronderstellen? Hoe grijp je de aandacht, hoe houd je het spannend? Waardoor gaat ook het kwartje vallen bij iemand die niet met zijn neus bovenop de data heeft gezeten?
Voor deze opdracht moet je de resultaten van je onderzoek toegankelijk maken voor een breder publiek. Dat doe je samen met je onderzoekspartner(s). Jullie mogen zelf bepalen welke communicatievorm voor jullie onderzoek het meest geschikt is: ofwel een bijdrage aan een krant, ofwel een mondelinge presentatie voor een klas of maatschappelijke partner. De instructies hierbij zijn als volgt.
A. Kies je voor de krant, schrijf dan samen met je partner(s) een column over je onderzoek (min. 500- max. 1000 woorden). Neem als richtlijn een stuk dat bedoeld is voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad. Je mag je tekst ondersteunen met illustratiemateriaal (max. 2 jpeg’s van 250x250 pixels).
B. Kies je voor een mondelinge presentatie, bereid dan een korte les voor die in het onderwijs gebruikt kan worden, of een presentatie voor een maatschappelijke partner bij overheid of bedrijfsleven voor wie jullie onderzoek relevant is. De presentatie mag max. 4 tot 7 minuten duren. Jullie maken zelf een video-opname van de presentatie en uploaden deze met vimeo.
Uiterlijk op vrijdag 16 maart 2012 moeten alle columns en video’s zijn ingeleverd bij de productbegeleider en het PRE-bureau (pre@iclon.leidenuniv.nl), waarna ze worden gepubliceerd op de website van blok V. De beste bijdragen worden geselecteerd voor presentatie op de slotbijeenkomst.
Beoordeling
Het eindcijfer Blok V wordt bepaald door:
- de eindpresentatie en de beraadslaging van de journal redacties op papier
- de werkwijze van de groep (onderlinge communicatie, bijdragen, samenwerking)
- de kwaliteit van het eindproduct (column of presentatie)